Info RIVM site

RIVM-voorlichting over vaccinaties volgens Ombudsman wel voldoende.

Wat dan te denken van onderstaande gegevens van de site van het RIVM.

http://www.rivm.nl/rvp/bijwerkingen/  (Informatie van het RIVM voor ouders bij de oproep hun kinderen te laten vaccineren) (cursieve tekst één op één gecopieerd van de RIVM-site)

Bijwerkingen niet uit te sluiten  

In de praktijk is het niet mogelijk om bijwerkingen helemaal uit te sluiten. De meeste reacties zijn mild. Soms zijn de klachten heftiger of langduriger. Gelukkig komen ernstige bijwerkingen zelden voor. Ook is het goed te beseffen dat de bijwerkingen in geen verhouding staan tot de ernst van de ziekte waartegen wordt ingeënt. 

In het Rijksvaccinatieprogramma worden ongeveer 2,5 miljoen prikken per jaar gegeven. In ongeveer 1000 gevallen wordt een mogelijke bijwerking gemeld. Bij ruim 75% gaat het ook daadwerkelijk om een bijwerking. Ongeveer 50% van de bijwerkingen beperkt zich tot lokale verschijnselen zoals pijn op de prikplek, roodheid, zwelling en algemene ziekteverschijnselen. De rest van de bijwerkingen betreft heftiger of ernstiger ziektebeelden. Voorbeelden zijn verkleurde benen, langdurige of zeer hoge koorts (40.5 oC of hoger), heftig ononderbroken huilen (langer dan 3 uur), een collaps (wegraking), convulsies (stuipen). Voor ouders betekenen de heftige reacties vaak een nare ervaring. Kinderen houden er geen blijvende schade aan over. (Commentaar stichting MeerWetenOverFreek: dit wordt door ouders van kinderen die dit overkwam nadrukkelijk tegengesproken zo blijkt uit de 70 meldingen die de stichting MeerWetenOverFreek ontving)

Bij de meeste vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma verschijnen de bijwerkingen op dezelfde dag en duren ze niet langer dan 24 of bij uitzondering 48 uur. Na BMR-vaccinatie treden de bijwerkingen pas na 5 tot 12 dagen op.

Commentaar stichting MeerWetenOverFreek: Het RIVM heeft het in haar voorlichting over 75% van 1000 meldingen op 2,5 miljoen prikken. Vergelijking met de bijsluiter van bijvoorbeeld Priorix vaccin tegen bof-mazelen-rodehond en de daarin genoemde aantallen (percentages) maakt onmiddellijk duidelijk hoe enorm de onderregistratie van bijwerkingen door het RIVM is en hoezeer de RIVM-voorlichting te optimistisch is over de risico’s.

http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h22052.pdf (de bijsluiter voor artsen bij Priorix vaccin van GlaxoSmithKline tegen bof mazelen rodehond) Hoewel er nog geen gegevens beschikbaar zijn over gelijktijdige toediening van Priorix met andere vaccins, is het algemeen aanvaard dat combinatievaccins tegen mazelen, bof en rodehond tegelijk kunnen worden gegeven met oraal poliovaccin (OPV) of geïnactiveerd poliovaccin (IPV), injecteerbare trivalente vaccins tegen difterie, tetanus en pertussis (DTPw/DTPa) of Haemophilus influenzae type b (Hib), indien de injecties op verschillende plaatsen worden toegediend.

Bijwerkingen
De bijwerkingen die worden gezien na vaccinatie met een gecombineerd bof-mazelen-rodehond vaccin zijn in principe gelijk aan die na toediening van de afzonderlijk vaccins. Tijdens klinische studies, werden signalen en symptomen actief gerapporteerd gedurende 42 dagen. Gedurende deze periode werd de gevaccineerden tevens gevraagd om elk klinisch voorval tijdens de studie te rapporteren. Het volgende bijwerkingenprofiel is gebaseerd op ongeveer 12.000 personen die Priorix toegediend hebben gekregen tijdens klinische studies en is opgesomd per orgaansysteem. De frequenties zijn als volgt gedefinieerd: (Commentaar Stg MWOF: tussen haakjes de aantallen omgerekend naar de 2,5 miljoen prikken in Nederland)

Zeer vaak: 10%
Vaak: 1% en < 10% (= 25.000 tot 250.000 op 2,5 miljoen prikken in Nederland)
Soms: 0,1% en < 1% (= 2500 tot 25.000 op 2,5 miljoen prikken in Nederland)
Zelden: 0,01% en < 0,1% (= 250 tot 2500 op 2,5 miljoen prikken in Nederland)
Zeer zelden: < 0,01%
Niet bekend (kan met de beschikbare klinische gegevens niet worden bepaald). 

Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Soms: lymfadenopathie
Zeer zelden: trombocytopenie, trombocytopenische purpura 

Zenuwstelselaandoeningen
Zelden: koortsstuipen
Niet bekend: myelitis transversa, Guillain Barré syndroom, neuritis perifeer, encefalitis* 

Oogaandoeningen:
Soms: conjunctivitis 

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Soms: bronchitis, hoest 

Maagdarmstelselaandoeningen
Soms: parotiszwelling, zwelling van cervicale of occipitale speekselklieren, diarree, braken 

Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: rash
Zeer zelden: erythema multiforme 

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Zeer zelden: artralgie, artritis

Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Soms: anorexie

Infecties en parasitaire aandoeningen
Vaak: infectie van de bovenste luchtwegen
Soms: andere virale infecties, middenoorontsteking
Zeer zelden: meningitis (= tot 250 gevallen per jaar op 2,5 miljoen prikken in Nederland)

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Zeer vaak: roodheid op de injectieplaats, koorts ≥ 38°C (rectaal) of ≥ 37,5°C (oksel/mond)
Vaak: pijn en zwelling op de injectieplaats, koorts > 39,5°C (rectaal) of ≥ 39°C (oksel/mond)
Zelden: malaise
Niet bekend: Kawasaki syndroom

Immuunsysteemaandoeningen:
Zelden: allergische reacties (zoals urticaria, erytheem, pruritus)
Zeer zelden: anafylactische reacties

Psychische stoornissen
Soms: zenuwachtigheid, abnormaal huilen, insomnia