Vaccins zijn bijgeloof. Verhaal en interview door Amerikaans journalist.

Vaccins zijn bijgeloof. Verhaal en interview door Amerikaans journalist.

Gepost op 29 oktober 2009 @ 18:00 in Gezondheid & Welzijn

Statistieken en propaganda
Hoeveel Amerikanen sterven er werkelijk jaarlijks aan de griep? Dat moet u aan de Amerikaanse Longvereniging vragen. Nog beter, lees haar eigen rapport uit augustus 2004, getiteld: ‘Trends in Longontsteking en Griep/Ziekte- en Sterftecijfers’. Dit rapport komt van de Studie-eenheid Onderzoek en Wetenschappelijke Aangelegenheden in Epidemiologie en Statistieken. Onderaan het document staat als bron vermeld ‘Rapport van de Laatste Sterftecijfers, 1979-2001’ van het Nationale Centrum voor Gezondheidsstatistieken.

Bereid u zich voor op een paar verrassingen, vooral omdat de Amerikaanse Centra voor Ziektecontrole het jaarlijks aantal griepdoden blijft uitbazuinen op 36.000. Met grote regelmaat. Jaar in jaar uit sterven in de Verenigde Staten 36.000 mensen aan de griep. Een dodelijke ziekte. Pas op! Haal die griepprik. Elk najaar. Wacht er niet mee. Je zou nog eens kunnen doodvallen op straat!

Hier volgen de totale griepdoden uit het rapport (van 1979 tot 1995, de cijfers werden om het jaar vrijgegeven): 1979: 604; 1981: 3006; 1983: 1431; 1985: 2054; 1987: 632; 1989: 1593; 1991: 1137; 1993: 1044; 1995: 606; 1996: 745; 1997: 720; 1998: 1724; 1999: 1665; 2000: 1765; 2001: 257.

 

Onlangs beweerde Tommy Thompson, hoofd van het Amerikaanse Departement Health and Human Services, dat 91% van de mensen die elk jaar in Amerika aan de griep overlijden 65 jaar en ouder zijn. Nu mag u een beetje gaan rekenen en uitpuzzelen hoeveel mensen onder de 65 jaar werkelijk jaarlijks aan de griep overlijden. Maar laat maar. De ongecorrigeerde statistieken voor alle leeftijden zijn tamelijk laag. Beslist niet hoog. Absoluut, ja.

Ziet u wat hier aan de hand is? U kunt mijn archief opzoeken, recente stukken over dit onderwerp lezen en mijn bewijsvoering vinden van degenen die zorgeloos beweren: “Nou, ahum, ziet u, eh, ah, griep leidt vaak tot longontsteking en daarom moeten we zo oppassen met de griep. Er vallen veel doden aan longontsteking ten prooi, ahum, blah blah blah…”

Mensen, dit is volslagen onzin. Het Centrum voor Ziektecontrole bevindt zich op een straathoek met een kleine tafel, daar lopen public relation lui rond die het 36.000 dodencijfer repeteren, terwijl de PR reclamemensen aan de tafel het vaccinatiestandpunt in gang houden. De menigte wordt rusteloos. Een man schreeuwt: “Waar is mijn griepprik? We gaan allemaal dood!” Intussen maakt het Congres op Capitol Hill een plan voor een maatregel die vaccinfabrikanten jaarlijks miljarden dollarwinsten zullen garanderen, ongeacht hoeveel doses er ongebruikt blijven.

Nu er een duidelijker beeld ontstaat van het lage aantal jaarlijkse griepdoden in de Verenigde Staten, is het heel normaal om ook de vaccinkwestie onder de loep te nemen. Waar hebben we, minus de hysterie over ‘hoge aantallen griepdoden’ en de ‘dringende noodzaak ingeënt te worden’, in werkelijkheid mee te maken? Het antwoord is PR. Er wordt van propaganda gebruik gemaakt om griepcijfers op kunstmatige wijze op te pompen en zo mensen de behandelkamers van artsen en klinieken in te jagen voor hun prik. Maar hoe zit dat met vaccins? Hoe veilig en effectief zijn ze?

Ik waarschuw al lang voor de gevaren van vaccins, vooral voor baby’s en jonge kinderen, van wie de immuunsystemen niet in staat zijn de vele verontreinigde en giftige conserveringsmiddelen in vaccins te bestrijden. Er zijn andere redenen waarom zelfs volwassenen ze zouden moeten vermijden. Welnu, voor het eerst heeft een voormalige insider binnen de vaccinindustrie toegestemd om over de gevaren van vaccins te spreken.

‘Dr. Mark Randall’ is het pseudoniem van een voormalig onderzoeker die jarenlang werkzaam was in de laboratoria van grote farmaceutische bedrijven en Nationale Gezondheidsinstellingen van de Amerikaanse regering. Hij is nu gepensioneerd en heeft aarzelend toegestemd zich uit te spreken. Voor zover ik weet komt zijn getuigenis overeen met alle andere claims die ik de afgelopen jaren heb onderzocht.

Het interview dat volgt is niet alleen belangrijk vanwege Dr. Randall’s grondige kennis van vaccinatiegevaren, maar ook door zijn getuigenis over het inside-functioneren en de doofpotaffaires tussen de regering en de vaccinindustrie – de twee bronnen die Amerikanen proberen te overtuigen dat ze te vertrouwen zijn. Dit belangrijke fragment is misschien wel de beste afzonderlijke geschreven samenvatting van het ondersteunende bewijs voor de zaak tegen immunisaties.

Interview met een voormalige vaccinonderzoeker
Vraag (Jon Rappoport): Ooit was u er zeker van dat vaccins het kenmerk waren van een goede geneeskunde.

Antwoord (Dr. Mark Randall): Ja, dat is waar. Ik werkte mee aan de ontwikkeling van een aantal vaccins. Ik vertel niet welke.

V: Waarom niet?

A: Ik wil mijn privacy beschermen.

V: U denkt dus problemen te krijgen als u zich openlijk zou uitspreken?

A: Ik denk dat ik mijn pensioen zou verliezen.

V: Om welke redenen?

A: De redenen doen er niet toe. Deze mensen hebben manieren om je in de problemen te brengen, als je ooit ‘deel van de Club’ was. Ik ken een of twee mensen die onder bewaking werden gesteld, die getreiterd werden.

V: Door wie?

A: De FBI.

V: Echt?

A: Zeker. De FBI gebruikte andere voorwendsels. En de belastingdienst kan ook een bezoekje brengen.

V: Daar ga je met je vrijheid van meningsuiting.

A: Ik maakte ‘deel uit van de kring van vertrouwelingen.’ Als ik nu namen zou gaan noemen en specifieke beschuldigingen uiten tegen onderzoekers, zou ik in grote ellende terecht kunnen komen.

V: Denkt u dat mensen zelf de keuze wel of niet inenten moeten krijgen?

A: Op politiek niveau wel. Op wetenschappelijk niveau hebben mensen informatie nodig zodat ze een goede keuze kunnen maken. Enerzijds is een keuze maken goed. Maar hoe kun je kiezen als de sfeer vol leugens zit? Daarbij komt dat als de FDA (Food and Drug Administration) geleid zou worden door integere mensen, deze vaccins geen vergunningen zouden krijgen. Men zou elke millimeter onderzoeken.

V: Volgens sommige medische historici was de globale afname van ziektes niet aan vaccins te danken.

A: Ik weet het. Ik heb hun studies lange tijd niet willen kennen.

V: Waarom niet?

A: Omdat ik bang was wat ik zou ontdekken. Ik was werkzaam op het gebied van vaccinontwikkeling. Mijn levensonderhoud hing af van de voortgang van dat werk.

V: En toen?

A: Ik deed mijn eigen onderzoek.

V: Tot welke conclusies kwam u?

A: Dat ziekteafname te danken is aan verbeterde levensomstandigheden.

V: Zoals?

A: Schoner water. Moderne rioleringssystemen. Voeding. Meer vers voedsel. Verlaging van de armoede. Ziektekiemen kunnen overal voorkomen, maar als je gezond bent krijg je minder gemakkelijk een ziekte.

V: Wat voor gevoel had u na afloop van uw onderzoek?

A: Vertwijfeling. Ik besefte dat ik in een sector werkte die gebaseerd was op een scala aan leugens.

V: Zijn sommige vaccins gevaarlijker dan andere?

A: Ja. De DTP-prik (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis), bijvoorbeeld. De MMR (Bof, Mazelen en Rode hond). Maar sommige eenheden van een vaccin zijn gevaarlijker dan andere eenheden van hetzelfde vaccin. Wat mij betreft zijn alle vaccins gevaarlijk.

V: Waarom?

A: Om verschillende redenen. Ze betrekken het menselijke immuunsysteem in een proces dat de neiging heeft de immuniteit in gevaar te brengen. Eigenlijk kunnen ze de ziekte die ze zouden moeten voorkomen veroorzaken.

V: Waarom geeft men ons statistieken te zien die lijken te bewijzen dat vaccins enorm succesvol zijn geweest in uitroeien van ziektes?

A: Waarom? Om ons de illusie te geven dat deze vaccins bruikbaar zijn. Als een vaccin de zichtbare symptomen van een ziekte als de mazelen onderdrukt, neemt iedereen aan dat het vaccin een succes is. Maar onder de oppervlakte kan het vaccin het immuunsysteem zelf schade berokkenen. En als het andere ziektes veroorzaakt – laten we zeggen, meningitis (hersenvliesontsteking) – wordt dat feit verborgen, omdat niemand gelooft dat het vaccin daartoe in staat is. Het verband wordt genegeerd.

V: Men zegt dat in Engeland het pokkenvaccin de pokken heeft uitgeroeid.

A: Ja. Maar wanneer u de beschikbare statistieken bestudeert, krijgt u een ander beeld.

V: En welk beeld is dat?

A: Er waren steden in Engeland waar mensen die niet waren ingeënt geen pokken kregen. Er waren plaatsen waar pokkenepidemieën ontstonden terwijl de mensen waren ingeënt. Ook kwamen de pokken vóór de introductie van het vaccin al minder voor.

V: U zegt dus dat men ons een valse geschiedenis heeft voorgeschoteld.

A: Ja. Dat is precies wat ik zeg. Dit is een geschiedenis die verzonnen is om mensen te overtuigen dat vaccins altijd veilig en effectief zijn.

Vaccinbesmetting
V: Welnu, u werkte in laboratoria waar reinheid een belangrijk punt is.

A: Het publiek gelooft dat deze laboratoria, deze productiebedrijven, de schoonste plaatsen van de wereld zijn. Dat is niet waar. Er vindt voortdurend besmetting plaats. Er komt allerlei zaken in vaccins terecht die daar niet horen.

V: Het SV40 apenvirus glipt bijvoorbeeld het poliovaccin binnen.

A: Ja, dat gebeurde. Maar dat bedoel ik niet. Het SV40 kwam in het poliovaccin terecht omdat het vaccin werd vervaardigd door apennieren te gebruiken. Maar ik heb het over iets anders. De werkelijke laboratoriumomstandigheden. De fouten. De slordige vergissingen. SV40 dat later in kankertumoren werd gevonden… dat was wat ik zou noemen een structureel probleem. Het was een geaccepteerd deel van het fabricageproces. Als je apennieren gebruikt, open je de deur naar ziektekiemen waarvan je niet weet dat ze in die nieren zitten.

V: Oké, maar laten we het onderscheid tussen verschillende soorten besmetters even vergeten. Welke verontreinigende stoffen heeft u in die vele jaren van werken met vaccins gevonden?

A: Goed. Ik geef u er een paar die me te binnen schieten, en ook wat collega’s van me hebben gevonden. Hier is een gedeeltelijke lijst.

In het Rimavex mazelvaccin ontdekten we verscheidene kippenvirussen. In een poliovaccin vonden we Acanthamoeben, een zogenaamde ‘hersenetende’ amoebe. Het Simian Cytomegalovirus in een poliovaccin. Het Simian Foamy Virus in het Rotavirus (darminfectie) vaccin. Vogelkankervirussen in het MMR vaccin. Verscheidene micro-organismen in het antrax vaccin. Ik ontdekte latent aanwezige gevaarlijke enzymremmers in verscheidene vaccins. Eenden-, honden- en konijnenvirussen in het rubellavaccin. Avian leucosisvirussen (ALV) in het griepvaccin. Het pestvirus in het MMR vaccin.

V: Als ik het goed begrijp, dan zegt u dat al deze verontreinigende stoffen niet in de vaccins horen te zitten.

A: Ja. En als je uit deze gegevens probeert vast te stellen welke schade deze besmetters kunnen veroorzaken, nou, dan weten dat niet echt omdat er geen of zeer weinig testen zijn gedaan. Het is een roulettespel. Je neemt je risico’s. Bovendien weten de meeste mensen niet dat enkele poliovaccins, adenovirus vaccins, rubella (rodehond), hep[atitis] A en mazelvaccins gemaakt zijn met geaborteerd menselijk foetusmateriaal. Van tijd tot tijd ontdekte ik iets in deze vaccins wat leek op bacteriële fragmenten en poliovirus, die mogelijk van dat foetusmateriaal afkomstig waren. Als je naar besmetters in vaccins zoekt, kun je materiaal ontdekken dat raadselachtig is. Je weet dat het daar niet hoort, maar je weet niet precies wat je hebt gevonden. Ik vond iets waarvan ik dacht dat het een ‘deeltje’ menselijk haar was en ook menselijk slijm. Ik ontdekte wat we alleen maar een ‘vreemd proteïne’ kunnen noemen, en dat kan van alles zijn. Het zou proteïne uit virussen kunnen zijn.

V: De alarmbellen begonnen dus overal te rinkelen.

A: Hoe dacht u dat ik me voelde? Bedenk dat dit materiaal de bloedstroom in gaat zonder een aantal normale antistoffenverdedigingen te passeren.

V: Hoe werden uw bevindingen ontvangen?

A: Eigenlijk in de trant van “Maak je geen zorgen; hier kunnen we niets aan doen.” Voor het maken van vaccins maak je gebruik van verscheidene dierweefsels, en daar beginnen dit soort besmettingen. En natuurlijk heb ik het niet eens over standaardchemicaliën als formaldehyde, kwik en aluminium die met opzet in vaccins gebracht worden [als conserveringsmiddelen].

V: Deze informatie is nogal onthutsend.

A: Ja. En dan noem ik alleen nog maar een paar biologische besmetters. Wie weet hoeveel andere er zijn, besmetters die we niet ontdekken omdat we er niet naar zoeken. Als we weefsel van laten we zeggen een vogel gebruiken voor vaccins, hoeveel mogelijke ziektekiemen zitten dan wel niet in dat weefsel? We hebben geen idee. We weten niet wat ze kunnen zijn of welke effecten ze op mensen kunnen hebben.

Valse veronderstellingen over de veiligheid van vaccins
V: Wat speelt er behalve het (des) infectievraagstuk nog meer?

A: Je hebt te maken met de primair onjuiste vooronderstelling over vaccins: dat ze op complexe wijze het immuunsysteem stimuleren om de voorwaarden te scheppen voor immuniteit tegen ziekte. Dat is de foute vooronderstelling. Zo werkt dat niet. Een vaccin wordt verondersteld antilichamen te ‘creëren’ die, indirect, bescherming tegen ziektes bieden. Maar het immuunsysteem is veel omvangrijker en veel meer betrokken dan alleen antilichamen en hun verwante ‘killer’cellen.

V: Het immuunsysteem is…?

A: In werkelijkheid het hele lichaam. Plus de geest. Het is een totaal immuunsysteem, zou je kunnen zeggen. Vandaar dat er middenin een epidemie personen kunnen zijn die gezond blijven.

V: Het niveau van algehele gezondheid is belangrijk.

A: Meer dan belangrijk. Het is essentieel.

V: Hoe presenteert men onjuiste vaccinstatistieken?

A: Er zijn vele manieren. Stel bijvoorbeeld dat 25 mensen die de hepatitis B-vaccinatie hebben ontvangen hepatitis krijgen. Welnu, hepatitis B is een leverziekte. Maar je kunt leverziekte onder veel noemers onderbrengen. Je kunt de diagnose veranderen. Dan heb je de hoofdoorzaak van het probleem verborgen.

V: Gebeurt dat?

A: Voortdurend. Dat moet wel als artsen automatisch aannemen dat mensen die gevaccineerd worden geen ziektes krijgen waartegen ze nu beschermd zouden moeten zijn. En dat is precies wat artsen veronderstellen. Het is een cirkelredenering, ziet u. Het is een gesloten systeem. Het geeft geen fouten toe. Geen mogelijke fouten. Als een persoon die een vaccin tegen hepatitis krijgt, hepatitis of een andere ziekte krijgt, is de automatische aanname dat dit niets met de vaccinatie te maken heeft.

V: Hoeveel artsen kwam u tijdens uw jarenlange werk in de vaccinindustrie tegen die toegaven dat vaccins een probleem waren?

A: Geen. Er waren er een paar [onderzoekers die werkzaam waren in de geneesmiddelensector] die zich privé afvroegen waar ze mee bezig waren. Ze zouden dit echter nooit openbaar maken, zelfs niet binnen hun werkkring.

V: Wat was voor u het keerpunt?

A: Ik had een vriend wiens kind stierf na een DTP-injectie.

V: Deed u onderzoek?

A: Ja, informeel. Ik ontdekte dat dit kind vóór de vaccinatie helemaal gezond was. Er was geen reden voor zijn dood, behalve het vaccin. Toen begonnen mijn twijfels. Natuurlijk wilde ik geloven dat het met dit kind toevallig was misgegaan. Maar naarmate ik me er meer in verdiepte, ontdekte ik dat dit niet het geval was. Ik kwam terecht in een spiraal van ongeloof die steeds groter werd. Ik ging verder met het onderzoek en ontdekte dat vaccins, in tegenstelling tot wat ik dacht, niet wetenschappelijk getest worden.

V: Wat bedoelt u?

A: Er worden bijvoorbeeld geen goede lange termijnstudies op vaccins met controlegroepen gedaan. Deels bedoel ik dat er geen correct en grondig vervolgonderzoek wordt gedaan, rekening houdend met het feit dat vaccins in de loop van de tijd tot verschillende symptomen en serieuze problemen kunnen leiden die buiten het ziektekader vallen waarvoor de patiënt was ingeënt. Opnieuw die veronderstelling dat vaccins geen problemen veroorzaken. Dus waarom zou iemand dat moeten onderzoeken? Buiten dat wordt een vaccinreactie zó gedefinieerd dat alle slechte reacties zeer snel na de injectie zouden moeten plaatsvinden. Maar dat slaat nergens op.

V: Waarom niet?

A: Omdat het vaccin kennelijk lange tijd nadat het is toegediend in het lichaam reageert. Een reactie kan geleidelijk gaan. Verslechtering kan geleidelijk gaan. Er kunnen zich in de loop van de tijd neurologische problemen ontwikkelen. Dat gebeurt onder verschillende omstandigheden, zelfs volgens een conventionele analyse. Waarom zou dat niet het geval kunnen zijn met vaccins? Als chemische vergiftiging geleidelijk kan plaatsvinden, kan dat toch ook gebeuren met een vaccin waar kwik in zit?

V: En dat ontdekte u?

A: Ja. De meeste tijd heb je met correlaties te maken. Correlaties zijn niet perfect. Maar als je 500 ouders krijgt waarvan de kinderen een neurologische beschadiging hebben opgelopen tijdens een eenjarige periode ná een vaccin, moet dit voldoende zijn voor het opstarten van een intensief onderzoek.

V: Is dat voldoende gedaan?

A: Nee. Nooit. En dit wil wat zeggen.

V: En dat is…?

A: De mensen die het onderzoek doen zijn niet echt geïnteresseerd in het onderzoeken van de feiten. Ze nemen aan dat vaccins veilig zijn. Wanneer ze dus onderzoek doen, komen ze steeds op de proppen met verontschuldigingen betreffende vaccins. Ze zeggen: “Dit vaccin is veilig.” Maar waar baseren ze deze uitspraken op? Die baseren ze op definities en ideeën die een afkeuring van het vaccin automatisch afwijzen.

V: Er zijn talloze gevallen waar een vaccinatiecampagne heeft gefaald, waar mensen de ziekte waartegen ze werden ingeënt toch hebben gekregen.

A: Ja, er zijn vele voorbeelden. En het bewijs wordt eenvoudigweg genegeerd. Het wordt niet serieus genomen. De experts zeggen, als ze überhaupt iets zeggen, dat het gewoon een geïsoleerd geval is en dat het vaccin over het geheel genomen zijn veiligheid heeft aangetoond. Als je echter alle vaccinatiecampagnes bij elkaar optelt waar beschadiging en ziekte zijn voorgevallen, besef je dat dit geen geïsoleerde gevallen zijn.

Concurrerende belangen
V: Besprak u dit waar wij over praten ooit met uw collega’s toen u nog in de vaccinindustrie werkte?

A: Jazeker.

V: En?

A: Men zei me verschillende malen me koest te houden. Er werd me duidelijk gemaakt dat ik weer aan het werk moest gaan en mijn twijfels moest vergeten. Bij verschillende gelegenheden werd ik met angst geconfronteerd. Collega’s probeerden me te mijden. Ze voelden dat ze het label van ‘schuld door associatie’ opgeplakt konden krijgen. Maar alles wel beschouwd kon ik nog functioneren. Ik zorgde ervoor dat ik geen problemen veroorzaakte.

V: Als vaccins werkelijk schade berokkenen, waarom worden ze dan gegeven?

A: Ten eerste bestaat er geen ‘als’. Ze veroorzaken schade. De vraag wordt moeilijker om te bepalen of ze die mensen schade berokkenen die géén uiterlijke verschijnselen lijken te vertonen. Dan heb je te maken met het soort onderzoek dat gedaan zou moeten worden, maar niet gebeurt. Onderzoekers zouden een soort kaart of een stroomdiagram moeten ontwikkelen, waarop precies valt af te lezen hoe vaccins zich gedragen wanneer ze in het lichaam komen. Dit onderzoek is niet gedaan. Over het waarom van vaccinaties kunnen we hier twee dagen praten en alle redenen bespreken. Zoals u al vaker heeft gezegd, hebben mensen in alle lagen van het systeem hun motieven: geld, angst om hun baan te verliezen, de wens om een wit voetje te halen, prestige, beloningen, promotie, misplaatst idealisme, onbewuste gewoontes, enzovoorts…

V: De opwinding over het hepatitis B-vaccin lijkt een goede richting.

A: Ja, dat denk ik ook. Om te zeggen dat baby’s het vaccin moeten hebben en direct daarna moeten toegeven dat iemand hepatitis B krijgt van seksueel contact en gezamenlijke naalden, is een belachelijke juxtapositie. Medische autoriteiten proberen zichzelf in te dekken door te zeggen dat 20.000 of meer kinderen in de Verenigde Staten elk jaar door ‘onbekende oorzaken’ hepatitis B krijgen, en dat daarom iedere baby het vaccin moet krijgen. Ik betwist dit aantal van 20.000 en de zogenaamde studies die dat ondersteunen.

V: De Britse arts Andrew Wakefield, die de schakel tussen het MMR-vaccin en autisme ontdekte, verloor kort geleden zijn baan in een Londens ziekenhuis.

A: Ja. Wakefield heeft een grote bijdrage geleverd. Zijn verbanden tussen het vaccin en autisme zijn verbluffend…

V: Ik weet dat een Hollywood-beroemdheid die publiekelijk verklaarde geen vaccin te nemen, carrièremoord pleegt.

A: Hollywood heeft zeer sterke banden met het geneesmiddelenkartel. Er zijn een aantal redenen, en een daarvan is gewoon dat een beroemde acteur enorme publiciteit kan vergaren, wat hij ook zegt. Ik was in 1992 aanwezig bij uw demonstratie tegen de FDA in de binnenstad van Los Angeles. Een of twee acteurs spraken zich uit tegen de FDA. Sindsdien is het zeer moeilijk om een acteur te vinden die zich hoe dan ook tegen het geneesmiddelenkartel heeft uitgesproken.

V: Hoe is de stemming, de primaire gemoedsgesteldheid, binnen de Nationale Gezondheidsinstituten?

A: Mensen concurreren over onderzoeksgelden. Het laatste waar ze aan denken is vraagtekens zetten bij de status quo. Ze bevinden zich al in een intramurale oorlog over die gelden, en willen niet nog meer moeilijkheden. Dit is een zeer afgeschermd systeem. Het vertrouwt op het idee dat de moderne geneeskunde, voor het grootste gedeelte, op elk gebied zeer succesvol is. Het op welk gebied dan ook toegeven van systemische problemen, betekent de hele onderneming in twijfel trekken.

U kunt zich voorstellen dat de Nationale Gezondheidsinstituten dan ook de laatste plaats zijn waar men aan demonstraties zou denken. Maar het tegendeel is waar. Als vijfduizend mensen daar komen opdagen en vragen om de boekhouding van de feitelijke voordelen van dat onderzoekssysteem, en willen weten wat de werkelijke gezondheidsvoordelen zijn die het publiek heeft gekregen uit de miljarden verspilde dollars die er in die voorziening zijn gepompt, dán pas zou er iets kunnen gebeuren. Er zou een vonk kunnen ontstaan. Je zou met nieuwe demonstraties allerlei soorten ‘fall-out’ kunnen krijgen. Een handjevol onderzoekers begint misschien informatie te lekken.

V: Een goed idee.

A: Mensen in pakken die zó dicht tegen de gebouwen staan als de politie toestaat. Mensen in zakenkostuums, in joggingpakken, moeders en baby’s. Rijke mensen. Arme mensen. Allerlei soorten mensen.

V: Hoe zit het met de destructieve kracht van een aantal gecombineerde vaccins die momenteel aan baby’s worden gegeven?

A: Dat is een karikatuur en een misdaad. Er zijn geen echte diepgaande studies naar gedaan. Nogmaals, men neemt alleen maar aan dat vaccins veilig zijn, en om die reden moeten gecombineerde vaccins dus ook veilig zijn. De waarheid is echter dat vaccins niet veilig zijn. Om die reden wordt de potentiële schade groter naarmate in een korte tijdsperiode een combinatie van vaccins wordt gegeven.

V: Dan hebben we nog het herfst griepseizoen.

A: Ja. Alsof deze ziektekiemen alleen in de herfst vanuit Azië Amerika binnenzweven. Het publiek slikt die vooronderstelling. Als het in april gebeurt, is het een zware verkoudheid. Als het in oktober gebeurt, is het de griep.

V: Heeft u spijt dat u jarenlang in de vaccinwereld heeft gewerkt?

A: Ja. Maar na dit interview een beetje minder. Ik werk ook op andere manieren. Ik geef informatie aan bepaalde mensen als ik denk dat ze er iets mee kunnen.

Bewijslast en de noodzaak voor studies over vaccinveiligheid.
V: Wat is het belangrijkste voor het publiek om te weten?

A: Dat de bewijslast in het vaststellen van de veiligheid en doeltreffendheid van vaccins ligt bij de mensen die ze voor publiek gebruik produceren en autoriseren. Alleen dat. De bewijslast ligt niet bij jou of bij mij. Voor bewijs heb je goed opgezette, lange termijnstudies nodig. Je hebt een uitgebreide follow-up nodig. Je moet moeders interviewen en aandacht besteden aan wat ze over hun baby’s vertellen, en wat er met hen gebeurt na vaccinatie. Al deze facetten heb je nodig – de facetten waar thans niet aan voldaan wordt.

V: De facetten waar thans niet aan voldaan wordt.

A: Ja.

V: Om verwarring uit te sluiten, zou ik graag willen dat u opnieuw een overzicht geeft van de ziekteproblemen die vaccins kunnen veroorzaken – welke ziektes, hoe ze ontstaan…

A: We spreken eigenlijk over twee potentiële schadelijke gevolgen. Ten eerste, de persoon krijgt de ziekte van het vaccin. Hij krijgt de ziekte waartegen het vaccin hem zou moeten beschermen, omdat er om te beginnen een bepaalde variatie van de ziekte in het vaccin zit. Of ten tweede, hij krijgt niet die bepaalde ziekte, maar misschien later of misschien meteen of niet, een andere aandoening die door het vaccin is veroorzaakt. Die aandoening kan autisme zijn – wat men autisme noemt – of een andere ziekte zoals meningitis. Hij zou geestelijk gehandicapt kunnen raken.

V: Is er hoe dan ook een manier om de relatieve frequentie van deze verschillende uitkomsten te vergelijken?

A: Nee. Vanwege de gebrekkige follow-up. We kunnen alleen maar gissen. Als je vraagt wie er uit een bevolking van honderdduizend kinderen een mazelvaccin krijgt, hoeveel er de mazelen krijgen en hoevelen andere problemen van het vaccin krijgen, komt er geen betrouwbaar antwoord. En dát stel ik aan de orde. Vaccins zijn bijgeloof. En met bijgeloof krijg je geen bruikbare feiten. Alleen maar verhaaltjes waarvan de meeste zijn bedacht om het bijgeloof te benadrukken. Toch kunnen we uit veel vaccinatiecampagnes een geschiedenis reconstrueren die een aantal zeer verontrustende feiten aan het licht brengt. Mensen zijn schade berokkend. De schade is werkelijk, kan groot zijn, en de dood betekenen. De schade is niet beperkt tot enkele gevallen, zoals men ons heeft doen geloven.

In Amerika zijn groepen moeders die getuigenis afleggen over autisme en kindervaccinaties. Ze treden in de openbaarheid en komen op vergaderingen voor hun mening op. Ze proberen hoofdzakelijk de leegte te vullen die gecreëerd is door onderzoekers en artsen, die de hele kwestie negeren.

V: Laat me u eens wat anders vragen. Laten we het hebben over een kind uit Boston, u bracht dat kind groot met een goede voedzame voeding, hij deed iedere dag oefeningen, werd bemind door zijn ouders en kreeg geen mazelvaccin; wat zou zijn gezondheidstoestand zijn vergeleken met het gemiddelde kind uit Boston dat slecht eet, vijf uur per dag televisie kijkt en het mazzelvaccin krijgt?

A: Er zijn natuurlijk vele factoren van belang, maar ik zou inzetten op de betere gezondheidstoestand van het eerste kind. Als hij op negenjarige leeftijd de mazelen krijgt, is er kans dat de ziekte veel minder ernstig is dan wanneer het tweede kind de ziekte zou kunnen krijgen. Ik zou elke keer op het eerste kind wedden.

V: Hoelang heeft u met vaccins gewerkt?

A: Lange tijd. Langer dan tien jaar.

V: Kunt u, nu u terugkijkt, één goede reden opnoemen om te zeggen dat vaccins succesvol zijn?

A: Nee, dat kan ik niet. Het laatste wat ik zou doen, als ik nu een kind zou hebben, is vaccineren. Ik zou als het moest naar een andere staat verhuizen. Ik zou mijn achternaam veranderen. Ik zou verdwijnen. Met mijn familie. Ik zeg niet dat het zover zou komen. Er zijn manieren om het systeem op een fatsoenlijke manier te ontwijken, als je weet hoe je moet handelen. Je kunt je in elke staat beroepen op vrijstellingen die gebaseerd zijn op religieuze en/of filosofische gronden. Maar als het er werkelijk op aan komt, zou ik gaan verhuizen.

V: Toch zijn er overal gevaccineerde kinderen die gezond lijken.

A: Het sleutelwoord is ‘lijken’. Hoe zit het met de kinderen die zich niet op hun studie kunnen concentreren? En de kinderen die van tijd tot tijd woede-uitbarstingen hebben? En de kinderen die niet in helemaal in het bezit zijn van hun geestelijke vermogens? Ik weet dat er vele oorzaken zijn voor deze dingen, maar vaccins zijn één oorzaak. Ik zou het risico niet willen nemen. Ik zie geen reden een risico te nemen. En eerlijk gezegd zie ik geen reden de regering het laatste woord te geven. Regeringsgeneeskunde is wat mijn ervaring betreft vaak een contradictio in terminis. Je krijgt het een of het ander, maar niet beide.

V: Nu komen we tot het ware speelveld.

A: Degenen die vaccins willen, kunnen ze nemen, en degenen die geen vaccins willen, hoeven dat niet. Maar zoals ik al eerder zei, je kunt het spel niet eerlijk spelen als het veld vol leugens zit. En als er baby’s bij betrokken zijn, nemen de ouders alle beslissingen. Die mensen hebben een flinke dosis waarheid nodig. Hoe zit het met kind waar ik het over had, dat aan de DTP-injectie stierf? Door welke informatie lieten de ouders zich beïnvloeden? Ik kan u vertellen dat de informatie zwaar aangezet was. Het was geen echte informatie.

V: Samen met de media jagen medische PR-mensen ouders de stuipen op het lijf met ijzingwekkende scenario’s over wat er zal gebeuren als hun kinderen niet worden ingeënt.

A: Ze doen alsof het een misdaad is als je vaccinaties weigert. Ze stellen het gelijk aan slecht ouderschap. Dat kun je bestrijden met betere informatie. Het is altijd een uitdaging om tegen de autoriteiten in te gaan. En alleen jij kunt besluiten of je dat doet. Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om zijn [haar] besluit te nemen. En het medisch kartel houdt van zo’n weddenschap. Het is er zeker van dat de angst zal overwinnen.

Over de interviewer:
Jon Rappoport werkte 20 jaar lang als freelance onderzoeksjournalist. Hij verscheen als gast in meer dan 200 radio en tv-programma’s, waaronder ABC’s Nightline, PBS’ Tony Brown’s Journal en Hard Copy.

De laatste 10 jaar heeft Jon hoofdzakelijk buiten de mainstream gewerkt. De afgelopen 30 jaar deed hij diepgaand onafhankelijk onderzoek naar politiek, samenzweringen, alternatieve geneeskunde, gedachtencontrole, het medisch kartel, symboliek, en oplossingen aangaande de overname van de planeet door geheime elitegroeperingen. In 1996 begon Jon met ‘De Grote Boycot’ tegen acht chemische reuzencorporaties: Monsanto, Dow, DuPont, Bayer, Hoechst, Rhône-Poulenc, Imperial Chemical Industries en Ciba-Geigy. De boycot gaat tot op de dag van vandaag door.

De nu drieënzestigjarige Jon, die afstudeerde aan Amherst College in Massachusetts en een BA in de Filosofie heeft, woont nu met zijn vrouw, Dr. Laura Thompson, in San Diego in Californië.

Jon’s artikel ‘Geweld op school: de psychiatrische drugsconnectie’ werd in het 6/05 nummer van NEXUS gepubliceerd. Zijn boek Oklahoma City Bombing werd gerecenseerd in het 3/02 nummer van NEXUS.

Met dank aan Frontier Science Foundation

Auteur: Jon Rappoport (Vertaling: Karen Thissen)